Aanbevelingen IGZ steun in de rug voor aanpak van consultatiebureaus

Geplaatst op: 3 november 2005

Overgewicht
Overgewicht bij kinderen is een snel groeiend probleem dat binnen de jeugdgezondheidszorg (JGZ) steeds meer aandacht krijgt, ook op de consultatiebureaus. Sinds begin van dit jaar werken artsen en verpleegkundigen in de JGZ met een nieuw signaleringsprotocol voor overgewicht. Hiermee kunnen zij (dreigend) overgewicht snel signaleren, adviezen geven over voeding en beweging en zo nodig kinderen doorverwijzen. Z–org vindt dat gemeenten meer geld beschikbaar moeten stellen voor de aanpak van overgewicht.

Psychosociale problematiek
Naast het volgen van de lichamelijke ontwikkelingen van kinderen, concentreren de consultatiebureaus zich de laatste jaren ook op psychosociale problematiek bij kinderen. Zoals in het rapport staat, betreft het een relatief nieuw terrein. Er zijn nog steeds weinig bewezen effectieve instrumenten voor het signaleren van psychosociale problematiek bij kinderen beschikbaar. Op landelijk niveau werkt een groep wetenschappers aan het ontwikkelen van instrumenten. Zodra de instrumenten beschikbaar zijn, kan de JGZ deze uittesten en implementeren.

Zorgcoördinatie
Coördinatie van de zorg voor risicokinderen ziet Z-org als een belangrijke taak van de jeugdgezondheidszorg. Consultatiebureaus kunnen hier een belangrijke rol in spelen. Zij zien regelmatig zeker 95% van de kinderen vanaf de geboorte. Daarnaast hebben zij een fijnmazig netwerk in wijken en buurten en hechte relaties met de eerste (zoals huisartsen) en tweede lijn (zoals ziekenhuizen). Z-org ontwikkelt momenteel in overleg met een aantal JGZ-organisaties een model voor zorgcoördinatie. Daarnaast gaat zij concrete afspraken maken om de informatieoverdracht tussen verloskundige zorg, kraamzorg en jeugdgezondheidszorg te verbeteren.

Heldere rolverdeling
“De IGZ stelt dat een volledige organisatorische integratie van de JGZ voor 0 tot 19 gewenst is. Zij stellen dat de JGZ 0-4 beter past bij de GGD dan bij de thuiszorg. Wij zijn verbaasd over deze uitspraak. Dat is wat ons betreft een politieke kwestie. Bovendien wordt het voorstel niet gestaafd door het onderzoek van de Inspectie”, aldus Aad Koster, directeur Z–org, organisatie van zorgondernemers.
Z–org ziet meer in samenwerking en een heldere rolverdeling tussen de consultatiebureaus, die van oudsher onderdeel uitmaken van de thuiszorg, en de GGD-en. In het lokale jeugdbeleid spelen altijd meerdere organisaties een rol, zoals onderwijsinstanties, maatschappelijk werk en jeugdzorg. Organisatorische integratie zou leiden tot teveel en onnodige structuurdiscussies. De oplossing ligt eerder op het vlak van samenwerking, gedegen overdracht en eenheid in advisering en beleid. Elke partij gaat daarbij uit van zijn eigen kracht. Koster: “Consultatiebureaus zijn goed in het leveren van de directe zorg. Het onderhouden van een relatie met ouder en kind zit in hun wortels. Het CBS heeft een onderzoek gedaan over een periode van 20 jaar. Hieruit blijkt dat het bereik van consultatiebureaus hoog is en dat ouders hen een 8 geven”.

Z–org, organisatie van zorgondernemers in Bunnik vertegenwoordigt ruim 90 instellingen. De Z-org-organisaties zijn ondernemers in de zorg. Zij regisseren en leveren oplossingen op het gebied van zorg, welzijn en wonen voor iedereen van 0 tot 115 jaar. Voorbeelden van de verschillende werkterreinen zijn: verpleging en verzorging (thuis of in een verpleeg- of verzorgingshuis), kraamzorg, jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar (consultatiebureaus), preventie, uitleen van hulpmiddelen, voedingsvoorlichting en dieetadvisering. De leden van Z–org leveren deze zorg vanuit een gezamenlijke filosofie waarbij de cliënt centraal staat en zo vroeg mogelijke en zo thuis mogelijk zorg geboden wordt. De leden van Z–org hebben een marktaandeel van ca. 90% van de verpleging en verzorging thuis, rond de 70% van de kraamzorg en 100% van de jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar. In de branche werken meer dan184.000 medewerkers voor zo’n twee miljoen cliënten.

|