Dementia Care mapping: de pilotfase voorbij

Geplaatst op: 29 april 2008
Door Gerard Akkerman

Met een druk bezocht symposium, georganiseerd door De Friese Wouden / De Friese Wouden, is op vrijdag 11 april de observatiemethode Dementia Care Mapping (DCM) officieel in Nederland geïntroduceerd. Daarmee werd de bijna twee jaar durende pilot binnen De Friese Wouden /De Friese Wouden afgesloten. Met het symposium en de installatie van de implementatieraad is een forse stap gezet naar het verder uitrollen van Dementia Care Mapping in Nederland.

Instellingen uit het hele land, zelfs een delegatie uit Vlaanderen, waren in Berchhiem vertegenwoordigd. Verder zaten er onderzoekers en enkele bestuurders in de zaal. Speciale gast was professor Dawn Brooker van de universiteit van Bradford, waar DCM is ontwikkeld. Na de dood van Tom Kitwood, de grondlegger van DCM, nam zij het stokje in 2001 over.

Als DCM-trainer van het eerste uur heeft Brooker een enorme kennis opgebouwd over de methode èn de zorg voor mensen met dementie. Onder haar leiding maakte DCM een sterke groei door, zowel binnen Engeland als daar buiten. Inmiddels passen zesduizend instellingen in Engeland de methode toe en hanteren ruim twintig landen DCM bij de zorg voor mensen met dementie.

Brooker was onder de indruk van de grote opkomst in Burgum. ,,Daar hebben we in Engeland vele jaren over gedaan om dat voor elkaar te krijgen.” Ze was verrast door de goede resultaten van het onderzoek dat in anderhalf jaar is uitgevoerd naar de toepassing van DCM binnen De Friese Wouden / De Friese Wouden.

De resultaten van het onderzoek, uitgevoerd door het Universitair Medisch Centrum Groningen, werden tijdens het symposium gepresenteerd. In totaal hebben 45 cliënten gedurende de gehele periode (drie metingen) aan het onderzoek meegedaan.

Cliënten waren aantoonbaar minder angstig. De verbale agitatie en negatieve gevoelens namen af, terwijl het welbevinden toe nam. En, ook niet onbelangrijk, medewerkers hadden aantoonbaar meer plezier in hun werk. De uitkomsten komen overeen met wat eerder al in onderzoeken in andere landen is gevonden.

Voor De Friese Wouden/De Friese Wouden zijn de uitkomsten het bewijs dat deze internationale aanpak ook binnen de Nederlandse ouderenzorg werkt. De volgende stap is een onderzoek naar de kosteneffectiviteit. Maakt DCM de zorg uiteindelijk ook goedkoper en efficiënter? Brooker wil hier graag aan meewerken, omdat dergelijk onderzoek nog niet eerder is gedaan.

In Engeland zoeken ze alweer nieuwe toepassingen voor DCM. Zo zijn ze begonnen patiënten bij acute opnames in ziekenhuizen te observeren. Doel is ook hier te kijken of het welbevinden van oudere patiënten – niet zelden met dementie en langdurige opnames – na goede observatie kan worden verbeterd.

Brooker waarschuwde er wel voor dat De Friese Wouden / De Friese Wouden de basis voor DCM verder moet verbreden. Er moeten meer in Engeland opgeleide trainers komen. Nu zijn dat er nog twee en dat maakt DCM kwetsbaar. Volgens haar is het noodzaak minstens vier officiële trainers te hebben. De Friese Wouden / De Friese Wouden is van plan meer trainers op te leiden. En het wil samenwerken met bijvoorbeeld een onderwijsinstelling om de opleiding tot ‘mapper’ in Nederland breder te ontwikkelen.

Namens het ministerie van VWS hield Iris van Bennekom, de nieuwe directeur langdurige zorg, een toespraak. Zij wees op het belang van goede zorg voor de mensen met dementie, afgestemd op hun wensen en behoeften.

Goede zorg is volgens haar niet vanzelfsprekend. Goede zorg vraagt inlevingsvermogen. Daarbij is het van groot belang de zorg ,,daar te geven waar mensen wonen, leven en gewerkt hebben” en op een wijze ,,die past bij hoe ze altijd hebben geleefd”.

Omdat het aantal mensen met dementie de komende decennia fors toeneemt (nu ongeveer 200.000 patiënten, in 2040 bijna een half miljoen), investeert de overheid in de zorg voor deze groep. Er is een landelijk dementieprogramma opgezet en er zijn regionale dementieteams, die uiteenlopende projecten starten om de zorg voor mensen met dementie te verbeteren.

Veel van die projecten stuiten op regelgeving, vooral waar het gaat om financiering. Dit werkt vertragend, maar volgens van Bennekom – jarenlang het boegbeeld van het landelijke patiëntenplatform – moeten de instellingen zich niet al te veel van de regels aantrekken. ,,Regels zijn er om te overtreden. Als innovatie zich heeft bewezen, dan passen de regels zich wel aan”, aldus Van Bennekom.
|