Doorbraak in CAO-denken binnen de zorg

Geplaatst op: 15 november 2005

In de basis-CAO worden landelijk afspraken gemaakt over onder meer de lonen, het pensioen en de werktij-den. Deze gelden voor de gehele bedrijfstak. Lokaal worden afspraken gemaakt tussen directie, Onderne-mingsraad of vakbonden over zaken als scholing, vergoedingen en beoordeling van medewerkers. Jelle Jan Klinkert, voorzitter van de werkgeversdelegatie: “Deze basis-CAO is een vergaande stap, die in de CAO-wereld voor bedrijfstakken als een doorbraak is aan te merken. Maar ook een noodzakelijke stap om ruimte te creëren voor het ondernemerschap dat tegenwoordig van zorginstellingen wordt gevraagd.”

Onderdeel van de afspraken is een onderzoek naar o.a. randvoorwaarden, gewenste faciliteiten en moge-lijkheden van ondersteuning van lokale partijen ten behoeve van de invoering van deze CAO-structuur. Hier-voor worden de komende twee jaar gebruikt. In diezelfde periode moeten ook de belangrijkste verschillen in primaire arbeidsvoorwaarden tussen de CAO Thuiszorg en de CAO Verpleeg- en Verzorgingshuizen worden opgelost. Dit sluit aan bij de trend van samenwerking en fusie tussen thuiszorgorganisaties en verpleeg- en verzorgingshuizen.

De financiële verbeteringen voor de ruim140.000 werknemers die onder de CAO-thuiszorg vallen, zijn:
- loonsverhoging van 1,8% (0,8% per 1 december a.s en 1% per 1 juni 2006).
- structurele verhoging van de eindejaarsuitkering met 1% per december 2005. Bovenop de bestaan-de eindejaarsuitkering van 0,5% en door uitruil van verlofuren, kunnen medewerkers hiermee een to-tale eindejaarsuitkering van 3% bereiken.
- verlaging van de pensioenpremie voor werknemers. Zij betaalden 60% van de totale premie en dit wordt vanaf 2006 50%. De lasten voor werkgevers stijgen hiermee van 40 naar 50% van de totale premie.
- werkgevers betalen vanaf 2006 1/6 deel van de kosten voor kinderopvang.
De CAO-thuiszorg heeft een looptijd van 1 januari 2005 tot 1 oktober 2006.

Z–org en BTN zijn vooral tevreden met de overeengekomen modernisering van de CAO. Deze sluit goed aan op de ontwikkelingen in de sector, zoals toenemende marktwerking en het kunnen inspelen op de (regi-onale) arbeidsmarkt.

Z–org, organisatie van zorgondernemers in Bunnik vertegenwoordigt ruim 90 instellingen. De Z-org-organisaties zijn ondernemers in de zorg. Zij regisseren en leveren oplossingen op het gebied van zorg, welzijn en wonen voor iedereen van 0 tot 115 jaar. Voorbeelden van de verschillende werkterreinen zijn: verpleging en verzorging (thuis of in een verpleeg- of verzorgingshuis), kraamzorg, jeugdgezond-heidszorg (consultatiebureaus), preventie, uitleen van hulpmiddelen, voedingsvoorlichting en dieetadvisering. De leden van Z–org leveren deze zorg vanuit een gezamenlijke filosofie waarbij de cliënt centraal staat en zo thuis mogelijk zorg geboden wordt. De leden van Z–org hebben een marktaandeel van ca. 90% van de verpleging en verzorging thuis, rond de 70% van de kraamzorg en 100% van de jeugdgezondheidszorg. In de branche werken meer dan 184.000 medewerkers voor zo’n twee miljoen cliënten.

|