Wat is parkinson?

De ziekte van Parkinson dankt zijn naam aan de Londense arts James Parkinson, die in 1817 voor het eerst de verschijnselen van de ziekte beschreef. De ziekte begint meestal tussen het 50e en 60e levensjaar; in deze leeftijdsgroep lijdt ongeveer 1 op de 50 mensen aan de ziekte.

Ziekteverschijnselen

De ziekte van Parkinson kenmerkt zich door versneld celverlies in een klein gedeelte van de hersenen, de ‘zwarte kern’ (substantia nigra). Door dit celverlies ontstaat er een tekort aan dopamine in de hersenen. Dopamine is een zogenoemde boodschapperstof (neurotransmitter). Bij een tekort aan deze stof worden signalen binnen de hersenen minder goed doorgegeven. Dit kan allerlei ziekteverschijnselen tot gevolg hebben:

  • traagheid
  • (pijnlijke) spierstijfheid
  • beven
  • houdingsproblemen
  • evenwichtsproblemen
  • starre gezichtsuitdrukking (maskergelaat)
  • moeite met plassen
  • obstipatie
  • slaapproblemen
  • veranderde seksualiteit
  • depressie
  • angst
  • vertraagd denken
  • geheugenklachten
  • moeite om meerdere handelingen gelijktijdig uit te voeren

Diagnose

De diagnose wordt gesteld door de neuroloog. Helaas is de ziekte niet te genezen of af te remmen, wel kunnen de symptomen verlicht worden, waardoor de kwaliteit van leven verbetert. In beginsel zal de behandeling vooral bestaan uit medicatie, maar verschillende (para)medici kunnen ook een bijdrage leveren.

Kijk voor meer informatie over de ziekte van Parkinson op de websites van ParkinsonNet en de ParkinsonVereniging.